Meteen naar de inhoud

De geschiedenis van spelend leren – Hoe is het ontstaan?

Kinderen hebben altijd al gespeeld. Maar hoe is spelend leren ontstaan in onderwijsland? Ik neem je graag mee in de geschiedenis en ontwikkelingen van spelend leren.

In 1960 kwamen de eerste vormen creatief ontwikkeling in het onderwijs zoals toneel en tekenen. In 1985 is de ‘basisschool’ ontstaan, in de kleutergroepen maakte het spelen plaats voor spelend leren. Daarnaast werd het schoolse leren in groep 3 speelser.

Spelen in de onderbouw krijgt gelukkig weer meer ruimte, al staat dit nog altijd onder een soort druk. Mensen denken verschillend over wat spel en spelen is en wat de functie in het onderwijs behoort te zijn… In het boek De kleutervriendelijke school wordt de discussie over goed kleuteronderwijs mooi uiteengezet en toegelicht.

Het verschil tussen vrij spelen en spelend leren

SpelenSpelend leren
Vrijwillige deelnameVrijwillig of in opdracht van …
Spelen is het doelJe werkt speels aan een doel
Plezier belevenPlezier beleven
Vrijheid in handelenVaste kaders en regels
Veel ruimte voor eigen fantasieWeinig tot geen ruimte voor eigen fantasie

Persoonlijk maak ik voor beide vormen ruimte in mijn onderwijs. Gezelschapsspellen en ontwikkelingsmaterialen zijn zinvol om aan te bieden. Kinderen kunnen erg genieten van deze spelletjes. Het is belangrijk om je bewust te zijn van de verschillen.

Wil je meer weten over de spelontwikkeling en spelbegeleiding? Lees dan mijn artikel Wat is spelbegeleiding? Beleef avonturen in de kleuterklas!

De geschiedenis van spelen – een korte samenvatting

Al bij de oude Egyptenaren zijn poppen gevonden in de graven van kinderen. We weten natuurlijk niet of deze dezelfde rol hadden als de poppen waar we nu mee spelen. Waarschijnlijk werden de kleipoppen en beesten gebruikt voor rituelen of als offer.

In het middeleeuwse Europa was er minder ruimte voor spel en speelgoed. Men keek heel anders naar kinderen, zij zagen kinderen als kleine volwassenen. Kinderen moesten werken en helpen in het huishouden in plaats van spelen. 

De manier waarop men naar kinderen keek in de Middeleeuwen kan je ook goed terug zien op de schilderijen uit die tijd. De kinderen hebben daar volwassen gelaatstrekken. Geen mollige wangetjes, maar meer een slanker gezicht.

Rond de zestiende eeuw waren er twee grote stromingen binnen de kerk die elk een andere kijk hadden op de rol van kinderen en het belang van spelen.

De Calvinisten vonden spelen maar niks en zou volgens hen verboden moeten worden. Op sommige plekken was dit ook zo… De tegenhanger was Luther zag het belang van spelen en speelgoed in. Hij vond dat het werk afgewisseld moest worden met ontspanning door te spelen.

Vanaf de zeventiende eeuw nam de spel en speelgoed steeds een belangrijkere rol in en aan het eind van de achttiende eeuw ontstond de pedagogiek. De filosoof Jean-Jacques Rousseau bracht de belevingswereld van kinderen onder de aandacht. Een kind werd nu steeds meer gezien als een groeiend wezen.

Rond deze tijd hebben verschillende pedagogen theorieën uitgewerkt over de ontwikkeling van kinderen en de manier waarop zij zich ontwikkelen. Veel van deze theorieën spelen tot op heden een belangrijke rol binnen de manier waarop we naar kinderen kijken.

In de negentiende eeuw zijn er veel ontwikkelingen geweest op gebied van de productie van spelmaterialen. Speelgoed werd steeds meer in grote hoeveelheden geproduceerd, hierdoor werd het goedkoper. Ook kwam er steeds meer onderscheid tussen speelgoed voor jongens en meisjes.

De digitale ontwikkelingen hebben ook hun invloed gehad op de vormen van spel. Met de komst van de computer en consoles zijn we een flink pakket aan digitale games rijker geworden. Avonturen die in een virtual reality worden beleefd vervangen soms de avonturen van het buiten spelen. Hier kijken mensen ook weer op verschillende manieren naar. Is dit wel of geen spel? 

Wanneer is spelend leren ontstaan op de basisschool?

Het is lastig om een exacte datum of bepaald jaartal te noemen op de vraag ‘wanneer is spelend leren ontstaan?’. De ontwikkeling van onderwijs, binnen hun tijdsbeeld, geven wel een goede indruk.

Door de eeuwen heen zijn er verschillende pedagogen en psychologen die zich hebben gericht op de ontwikkeling van (jonge) kinderen. De rol van spel komt hier op verschillende manieren in terug. Toch lijkt het er in het algemene onderwijsbeeld weinig aandacht voor spelen te zijn geweest. 

Het ontstaan van de lagere- en de kleuterschool

De eerste scholen in Nederland ontstonden in de Middeleeuwen. Je kunt je misschien voorstellen dat spelen in die tijd geen belangrijke rol speelde in het onderwijs, ze zagen kinderen in die tijd immers als kleine volwassenen.

De scholen waren in die tijd sterk verbonden aan het geloof, jongens werden bijvoorbeeld opgeleid tot priester. De meeste kinderen gingen nog niet naar school toe. De eerste onderwijswet werd ingevoerd door Karel de Grote, van hem moesten alle jongens naar school.

Deze jongens kregen onderwijs om het christelijke geloof verder te verspreiden. Ze leerden lezen, schrijven en de psalmen. Ook het bidden was een vast onderdeel op school.

Rond de zeventiende eeuw ontstonden er steeds meer dorpsscholen, hier mochten de meisjes ook naar toe. Op school leerden ze voornamelijk lezen en schrijven. De kinderen kregen per persoon een opdracht die de leerkracht nakeek. 

Rond 1830 werd het onderwijs een meer klassikaal karakter. Kinderen kregen per leeftijd les, zij zaten in rijen voor een bord. De rol van de kerk nam af en de kinderen moest nu opgevoed worden tot brave burgers. Veel kinderen uit arme gezinnen gingen nog niet naar school, maar moesten bijvoorbeeld in de fabrieken werken

In deze periode werd er op school praktisch niet gespeeld. Misschien dat kinderen stiekem een manier vonden om een spel te bedenken in het klaslokaal, maar het werd niet door de leerkracht gestimuleerd. Kinderen zaten in de banken, luisterden naar de meester en maakten braaf hun werk. 

In 1874 werd het Kinderwetje van van Houten ingevoerd, deze wet verbood dat kinderen moesten werken in fabrieken. Je kunt je voorstellen dat deze wet nog niet volledig werd nageleefd. In 1900 werd daarom de leerplicht voor kinderen tussen zes en twaalf jaar ingevoerd.

In dezelfde periode ontstonden er ook meer en meer kleuterscholen, deze werden ook wel Fröbelscholen genoemd (vernoemd naar de Duitse pedagoog Friedrich Fröbel die in 1837 de eerste kleuterschool oprichtte). Op deze kleuterscholen werd gespeeld, gefröbeld en ontdekt.

In 1910 kregen de kinderen echt klassikaal onderwijs met de bekende leesbordjes Aap-Noot-Mies. Vanaf die tijd kwamen er ook andere vakken bij zoals verkeer. Rond 1960 maakte de lesbanken plaats voor wat flexibelere meubels. De tafels konden in verschillende groepjes gezet worden.

Het verschil tussen de kleuterscholen en de lagere school was groot. Niet alleen de manier van lesgeven, maar ook de inhoud verschilde sterk. 

Het ontstaan van de basisschool

In 1985 werd de kleuterschool samengevoegd met het lager onderwijs. Deze samensmelting werd vooral ingevoerd zodat de overgang soepel zou verlopen. Toch is de overgang van groep 1/2 naar groep 3 nog steeds een punt van gesprek op basisscholen.

Kleuterleidsters waren bang dat de kracht van het kleuteronderwijs verloren zou gaan. Er zijn in ieder geval geen kwaliteitseisen meer voor goed onderwijs aan kleuters

Met de komst van Vroeg- en Voorschoolse Educatie is de nadruk meer gekomen op de schoolse vaardigheden. Met alle goede bedoelingen om (taal)achterstanden weg te werken, heeft leren door te spelen plaats gemaakt voor spelend leren.

In veel groepen 3 zie je dat het schoolse leren meer plaats maakt voor spelend leren. Dat is (naar mijn mening) een goede ontwikkeling die nog verder uitgediept mag worden. Zo worden er bewust meer educatieve bord- en kaartspellen ingezet. Ook neemt het gebruik van digitale games sterk toe in het basisonderwijs.

Leren door te spelen stimuleer je door mooie en uitdagende hoeken in te richten. Het boek Spelen in uitdagende hoeken geeft mooie voorbeelden voor een inspirerend lokaal, voor kleuters én groep drie.

De manier van lesgeven en de rol van spel verschilt sterk tussen verschillende basisscholen. Wat zeg ik, het verschilt zelfs sterk per leerkracht! De kwaliteit en de invulling van het kleuteronderwijs en het onderwijs aan groep drie is leerkrachtafhankelijk.

De inhoud van spelend leren is de laatste jaren veranderd door de opkomst van alle nieuwe ICT mogelijkheden. Leerdoelen worden bijvoorbeeld verwerkt in een game. Veel games sluiten goed aan bij de belevingswereld van veel kinderen en jongeren.

Over de inzet van digitale games in het onderwijs zijn de meningen ook sterk verdeeld. Zo zijn er mensen die bang zijn voor het verslavende element en de invloed op de ogen van te veel schermtijd. Maar er zijn ook voorstanders vanwege de hoge betrokkenheid van kinderen bij games en de vele mogelijkheden die het biedt.

Even reflecteren….
Ben jij je bewust van het verschil tussen spelen en spelend leren?
Mogen kinderen vrij spelen in jouw klas of is dit eigenlijk spelend leren?
Hoe is de balans in jouw groep en rooster?
Hoe kijk jij naar de rol van spelend leren en spel in jouw onderwijs?

1 reactie op “De geschiedenis van spelend leren – Hoe is het ontstaan?”

  1. Met veel interesse las ik uw bijdrage over de waarde van ‘spelend leren’ en van de mogelijke geschiedenis ervan. Zelf woon ik in België en volg ik er de onderwijsontwikkelingen nog op de voet. Ik was heel actief in het basisonderwijs maar ben sinds enkele jaren met pensioen. Heel mijn onderwijsloopbaan heb ik gestreefd om het basisonderwijs zo kindgericht mogelijk te maken en te doen aansluiten bij de leefwereld van het kind en ja, dan wordt het spel een leermiddel: wat een kind al spelend leert, leert het vlugger en het geleerde blijft veel dieper hangen. Je bereikt daarmee een intrinsieke motivatie, de meest ultieme spontane aandacht.
    Ik ben hiermee in een Brusselse basisschool in een 6de leerjaar/groep 8 begonnen in de jaren ’70: Al spelend leren in wiskunde, muziek, Nederlandse taal, Frans. De spelmethodiek was gestart… Toen ben ik ook met speelleerhoeken begonnen teneinde een harmonische ontplooiing van de hele persoonlijkheid van de kinderen mogelijk te maken (leuke hoekjes in de klas m.b.t. àlle leergebieden!). In 1979 heb ik dit samen met het schoolteam in alle klassen ingevoerd. In 1987 bracht ik hierover een eerste verslag uit in de Gids van het basisonderwijs. In 1990 bracht ik de hoekenwerking aan in een pilootschool. Dit project werd er geprezen door de hele Brabantse pedagogische scholenbegeleiding omdat het op korte tijd zo succesvol was. In 1993 heb ik er een eerste boek over geschreven (3 drukoplagen). In 1996 begon ik aan het schrijven en ontwerpen van een volledige wiskundemethode voor het aanvankelijk rekenen: ‘al spelend leren rekenen’. Ze werd bekroond met de Koningin Paolaprijs voor het Onderwijs (een Nederlands onderwijsteam beoordeelde enkele wiskundemethodes waaronder ook deze, ze kwam er als meest kindgerichte uit (cfr. Human Mathers). Wiskunde aanwenden om een spel te spelen (op de speelplaats, in de turnzaal,..). Er volgde ook een boek met spelend wiskundige initiatie voor de kleuterklassen. Wiskunde werd het leukste leergebied!! In 2011 maakte de pedagogische dienst van de Universiteit van Gent hierover een studie. In 2013 volgde mijn verzamelboek van alle kindgerichte onderwijsprojecten (spelend leren, hoekenwerking, e.a.). Wij ontvingen onderwijsdelegaties uit 6 landen.
    Hiermee is jullie geschiedenis over de spelmethodiek hopelijk een beetje aangevuld. Mocht u bijkomende info wensen, kan u me steeds contacteren.
    Succes met jullie project! De kinderen verdienen dat.
    Met vriendelijke groeten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.